Dit zuurbestek bestaat uit een zuurvork en -lepel die werden vervaardigd door de zilversmederij J.D. Schutter uit Groningen. Zuurbestek werd in de 19e en 20e eeuw gebruikt om in zout of zuur ingelegde groenten te serveren - het vorkje kon gebruikt worden om de groente op te prikken, de lepel met geperforeerde lepelbak gebruikte men om de groente op te scheppen, terwijl de vloeistof kon weglopen. Dit zuurbestek wordt gekenmerkt door brede, golvende stelen, benadrukt door een gegraveerde zigzaglijn langs de hele omtrek, en een gegraveerde decoratie in de vorm van elegante, krullende lijnen en gestileerde natuurelementen op de steel en steelaanzet. De decoratie op de stelen van de zuurvork en -lepel verschilt licht van elkaar. De afgeronde, vloeiende en golvende vorm, in combinatie met de verfijnde gravering, kunnen beschouwd worden als een late verwijzing naar de biedermeierstijl in Nederland. De stijl was vooral populair bij de Duitse en Oostenrijkse culturele elite in de eerste helft van de 19e eeuw, maar de invloed van deze comfortabele, huiselijke en verfijnde vormentaal kon ook in de buurlanden herkend worden tot in de jaren 1870.