Deze vier keramische putti, omringd door kleurrijke bloemen en fruit, maakten deel uit van de inrichting van de stand van de pottenbakkerij Maes uit Sint-Amandsberg op de Gentse Wereldtentoonstelling van 1913. De gebroeders Auguste en Jules Maes deden voor deze inzending beroep op de toen nog jonge en relatief onbekende architect Albert Van huffel. Hij ontwierp als onderdeel van de stand een fries met vier putti in de stijl van de Oostenrijkse beeldhouwer Michael Powolny. Het modelleren werd vervolgens overgelaten aan de beeldhouwer Henry Thiery, en de uitvoering in keramiek werd uiteraard verzorgd door de gebroeders Maes zelf. Met dit werk toonden zij enerzijds dat ze esthetisch mee waren met hun tijd en anderzijds dat ze de expertise en technische vaardigheden bezaten om dergelijke monumentale keramiek te maken. Uiteindelijk ontvingen zij een eervolle vermelding voor hun inzending. Bijna hadden ze dit werk ook kunnen verkopen. In 1913 maakte Van huffel een ontwerp van een betegelde binnenkoer voor het huis van een zekere meneer Leys in Brussel, waarin deze reeks putti geïntegreerd zouden worden. Het is echter onduidelijk of dit project ooit gerealiseerd werd.