Deze soepdienlepel werd vervaardigd door Johannes Hendrikus Tarner, een Amsterdamse zilversmederij gespecialiseerd in schepgerei. De lepel wordt gekenmerkt door de gegraveerde decoratie van krullen, bloemen en bladeren op de steel, steelaanzet en rond de omtrek van de lepelkom. De lepelsteel is sterk gebogen. De lepelkom is rechthoekig, met aan beide zijden een schenklip. De afgeronde, vloeiende en golvende vorm, in combinatie met de verfijnde gravering, verwijst naar de late biedermeierstijl in Nederland. De stijl was vooral populair bij de Duitse en Oostenrijkse culturele elite in de eerste helft van de 19e eeuw, maar de invloed van deze comfortabele, huiselijke en verfijnde vormentaal kon ook in de buurlanden herkend worden tot in de jaren 1870.