Geschiedenis van de collectie
Hoe is die gigantische verzameling van 24.000 objecten eigenlijk ontstaan? Onze collectie vertelt een verhaal van meer dan 120 jaar. Het neemt je mee doorheen de tijd en heeft altijd de blik op design.

Een museum om van te leren
Design Museum Gent ontstond in 1903 en werd toen opgericht als een ‘modellenmuseum’ voor toegepaste kunsten. Het doel was simpel en toch groots: leren en inspireren. Door goede en inspirerende voorbeelden te laten zien, wilden de oprichters ambachtslieden creatief inspireren en het grote publiek warm maken voor goede smaak.
Het museum was een privé-initiatief van Union des Arts Industriels et Décoratifs, met kunstmecenas Fernand Scribe en universiteitsprofessor Oscar Pyfferoen aan het hoofd. Met de steun van industriëlen, ambachtslui en politici gingen ze van start. Kunstenaar en amateur-oudheidkundige Armand Heins werd de allereerste conservator. De collectie vond eerst onderdak in de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, tot ze in 1923 verhuisde naar de plek waar we vandaag nog altijd deels gehuisvest zijn: het prachtige 18e-eeuwse stadspaleis Hotel De Coninck.
Van historische stijlen naar de avant-garde
In de vroege jaren verzamelde het museum vooral meubels, maar ook textiel, keramiek, koper, zilver en glas kregen een plek. Oude objecten golden toen als de beste leerschool voor de toekomst. De focus lag dus volop op historische stijlen zoals gotiek, renaissance en de Franse 18e-eeuwse stijl. Kon het museum geen origineel stuk bemachtigen? Dan vulden ze de collectie gewoon aan met gipsen afgietsels en documentatie.
Toch groeide al snel de aandacht voor de art nouveau. Tijdens de Wereldtentoonstelling van 1913 in Gent deed het museum een paar gedurfde aankopen: vernieuwend design uit het buitenland en, ontzettend vooruitstrevend voor die tijd, werk van vrouwelijke ontwerpers. In de jaren 1920 zette de nieuwe voorzitter Léon Leirens die moderne koers resoluut door, met een grote liefde voor de Franse art deco. Tegelijkertijd zetten de Salons d’Art Décoratif Belgische sierkunstenaars in de schijnwerpers. Tijdens deze bruisende verkooptentoonstellingen kocht het museum de allernieuwste stukken rechtstreeks aan voor de eigen collectie.
Stijlkamers en tentoonstellingen
In de jaren 1930 gooide conservator Henri Nowé het over een andere boeg. Hij bouwde de museumzalen om tot stijlkamers: sfeervolle, historische interieurs waarvoor hij vooral 18e-eeuwse meubels aankocht (en slim uitwisselde met het oudheidkundig museum, het huidige STAM). Het uitbreiden van de collectie verschoof naar de achtergrond. Het museum richtte zich vanaf nu vooral op tijdelijke expo's, vaak in nauwe samenwerking met scholen.
Die focus op expo's werd vanaf de jaren 1950 verder uitgediept door zijn opvolger, Adelbert Van de Walle. Met initiatieven zoals de Nationale Salons voor Modern Sociaal Meubel claimde het museum een rol in het tonen van betaalbaar, modern Belgisch design en kunstambachten. Veel nieuwe objecten kwamen er in die tijd niet bij. In 1958 sloot het museum bovendien de deuren voor een ingrijpende restauratie van Hotel De Coninck, die uiteindelijk tot 1973 zou duren.
Een nieuwe wind en een brede blik
Vanaf het midden van de jaren 1970 opende conservator Lieven Daenens een gloednieuw hoofdstuk. Hij blies de collectie nieuw leven in en richtte de schijnwerpers op art nouveau, art deco en het Italiaanse postmodernisme. Daenens verzamelde heel gericht topstukken van Belgische designiconen zoals Henry van de Velde, Philippe Wolfers, Albert Van huffel, Pieter De Bruyne en Piet Stockmans. De blik verbreedde definitief: naast klassieke ambachten begon het museum nu ook volop hedendaags industrieel en artistiek design te verzamelen.
Die lijn trok directeur Katrien Laporte later krachtig door toen het museum de unieke, gigantische nalatenschap van Maarten Van Severen verwierf. Vandaag vullen we onze historische collectie nog altijd aan waar dat nodig is, maar de échte focus ligt op Belgische en internationale sleutelstukken. Zo bouwen we elke dag verder aan een levendige collectie die blijft inspireren, precies zoals de oprichters het in 1903 al voor ogen hadden.