Vaas in topaaskleurig kristal, aan de buitenzijde gedoubleerd met amethistkleurig kristal. Het lichaam heeft een bolvormig lichaam dat wordt ingesnoerd aan de hals en een korte opstaande kraag. Het lichaam heeft twaalf geslepen facetten en is onderaan begrensd door een golvende ril die het gedoubleerde kristal afzondert. Ook de hals heeft twaalf facetten. Het contrastrijke materiaalgebruik en de vormgeving passen in de verstrengde art deco van de jaren 1930.