In een traditioneel ingericht interieur hoorden onderleggertjes in veelal opengewerkt textiel (in de volksmond ’kantjes’ genoemd). De kleedjes werden ter versiering of bescherming van kasten, tafels, zetels en als onderlegger voor een vaas, bloempot of ander siervoorwerp gebruikt. De duurste waren effectief in kant vervaardigd, maar goedkopere imitaties werden in allerlei openwerk textieltechnieken met een min of meer kantaspect gerealiseerd: borduren, breien, haken, enz. Het onderhoud van de delicate kleedjes was arbeidsintensief: wassen, bleken, stijven, strijken of zorgvuldig opspelden en in de juiste vorm laten drogen. Exemplaren zoals deze uit kunststof waren makkelijker te onderhouden, wat een welkome tijdsbesparing was wanneer vrouwen meer en meer buitenshuis werkten. Dit is een onderlegger uit kunststof die een weefsel met kleine geborduurde gaatjes imiteert. Het heeft een opengewerkte rand en een middendeel waarvan de vormgeving geïnspireerd is door haakwerk.