De tas met een afgeronde basis heeft een omgeslagen flap en een lang draagkoord. De flap heeft een kralenrandje en een versiering met gestileerde fuchsia’s in een symmetrische compositie. Aanvankelijk schilderde Mabel Elwes miniaturen, maar vanaf circa 1910 ontwierp ze borduurwerk en meubilair. Zo werkte ze voor de interieurzaak van Céline Dangotte met wie ze goed bevriend was. Het merendeel van Elwes’ overgeleverde oeuvre omvat borduurwerk voor jurken, handtassen, gordijnen, kussenslopen, tafellakens en bedspreien. Als motieven gebruikt ze natuurelementen zoals bloemen, vogels, vlinders in min of meer gestileerde versies.
Aan de binnenzijde van het accessoire zijn er sporen van rode zegellak. Op tas inv.nr. 4320 (met zelfde herkomst en context) was met vergelijkbare lak een briefje bevestigd. Dit was bedrukt met een heraldische leeuw tussen de letters D en R boven het cijfer ‘2.