Het gordijn maakte deel uit van een gemeubelde stand gepresenteerd door L’Art Décoratif Céline Dangotte op de Exposition internationale des arts décoratifs et industriels modernes van Parijs in 1925. De gordijnen en kussens waren ontworpen door Mabel Elwes naast meubels door Albert Van huffel en Dangotte zelf en tinnen objecten door Antoine Pompe. Mabel Elwes vertegenwoordigde de interieurzaak op verschillende tentoonstellingen, waarvan deze de laatste is. De kunstenaar woonde op dat moment reeds in de Verenigde Staten. Volgens Dangotte was het decor van het gordijn geïnspireerd op Rwandees vlechtwerk. Zij verkocht ook dergelijk vlechtwerk in haar zaak en schreef het voorwoord voor de publicatie van E. Coart 'Les Arts Congolais, Vannerie et Tissage' dat in 1926 werd uitgebracht met steun van 'L'Union des Femmes Coloniales'. Dangotte waardeerde de Afrikaanse kunst sterk en beschouwde ze als een heel waardevolle inspiratiebron voor de Westerse kunst. Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren bewaart een vergelijkbaar gordijn. Mogelijk waren de beide panelen eerder aan elkaar genaaid.