Eva Zeisel ontwierp deze melkkan voor het Duitse majolikabedrijf Schramberg aan het begin van haar lange loopbaan als industrieel designer. Schramberg produceerde serviesgoed in een reeks standaardmodellen die te verkrijgen waren in verschillende types versieringen. Kenmerkend voor dit model (nr. 3333) is de afgeplatte vorm, waarvoor Zeisel zich mogelijk inspireerde op ontwerpen van Jean Tétard en Clarice Cliff. Het nummer op de onderkant van elk stuk verwijst naar de arbeider die de beschildering met de hand aanbracht. Op basis daarvan kunnen we afleiden dat bij het beschilderen van dit servies twee personen betrokken waren. De versiering van dit servies kreeg bij Schramberg het nr. 3526 en doet sterk denken aan het werk van Piet Mondriaan van de Nederlandse kunstbeweging De Stijl. Zeisel koos naar eigen zeggen voor die typische geometrische patronen simpelweg omdat ze in de mode waren. Verder voelde ze weinig affiniteit met de avant-garde, ook niet met de leden van het befaamde Bauhaus, die ze te dogmatisch vond. In die zin bracht de korte periode dat ze in dienst was van Schramberg en een handvol andere Europese keramiekbedrijven haar meest commerciële werk voort. Eraan voorafgaand was ze vooral geïnspireerd geweest door folkloristische vormen en motieven. Haar latere werk, toen ze na de Tweede Wereldoorlog geëmigreerd was naar de Verenigde Staten, kenmerkte zich door organische vormen.