Dikwandige vaas waarvan de bodem start in kleurloos, transparant kristal en naar boven toe verglijdt tot rozig. De wand wordt gekarakteriseerd door drie uitstekende ribben die een sterke torsie beschrijven en eindigen bij de opening met een afgeronde driehoekvorm. De vaas past in de vooruitstrevende kristalproductie van Val-Saint-Lambert in het midden van de jaren 1950. Onder andere geïnspireerd door de beweging en de dynamiek van een vlam, ging men het glas plastischer benaderen en organisch vormgeven. Dat uitte zich in een reeks van getorste objecten, waarvan deze vaas een voorbeeld is. Deze vormgeving had ook gevolgen voor de productieorganisatie. Het traditionele kristalwerk met overvloedig slijpsel was een samenwerking tussen meerdere ambachtslui zoals glasblazers en slijpers. Bij de productie van deze vazen was de glasblazer echter dominant: deze blies een driehoekige beginvorm die vervolgens werd getorst. Het werk van de slijper bleef beperkt tot het afwerken van de onderzijde. Deze manier van werken was niet alleen een uiting van een nieuwe stijlevolutie, maar was ook economisch interessant omdat er minder tijd aan één vaas werd besteed. Met de productie van deze vazen sloot Val-Saint-Lambert aan bij een internationale tendens richting meer organische en getorste vormen. Daarbij onderscheidde het zich echter met de kenmerkende “dégradés” of kleurverglijdingen. De vaas ‘Conque’ verscheen in de bedrijfscatalogi vanaf ca. 1956.