Tussen 1929 en 1933 werkte Alvar Aalto aan de plannen en verschillende meubelontwerpen voor het sanatorium voor tuberculosepatiënten dat hij in die periode in het Finse Paimio bouwde. Deze zetel is opmerkelijk, omdat Aalto hiermee de eerste was die erin slaagde een zweefstoel te vervaardigen die gedragen werd door een houten frame, in plaats van door metaal. Het frame werd gemaakt door multiplex in een mal te buigen. Al in de jaren 1920 experimenteerde Aalto met de meubelmaker Otto Korhonen met het buigen van hout. Aalto richtte in 1935 met zijn echtgenote en twee zakenpartners het meubelbedrijf Artek op. Met dit mengwoord van 'Art' en 'Technology' toonden ze de doelstellingen van het bedrijf: het samenbrengen van nieuwe technieken en design zoals het modernisme voor ogen had. Naast het produceren en verkopen van meubels wouden ze ook klanten onderrichten over een betere leefomgeving. De functionele ontwerpen van Aalto zorgden mee voor de wereldwijde verspreiding en bekendheid van Scandinavisch design. De Brusselse verdeler van Aalto's meubels was Stéphane Jasinski, broer van de modernistische architect Stanislas Jasinski. De familie van dewelke het museum deze zetels verwierf, kocht deze bij Jasinski. Voor de zetel modelnummer 42 kreeg (mogelijk toen het in productie ging bij Artek), was het model ook bekend als nummer 31.