Deze vaas van de Waalse keramist Roger Guérin is een zuivere demonstratie van vorm, techniek en materiaal. De kwaliteit komt tot uiting in de vaardigheid waarmee het stuk is gedraaid en in de organisch gevormde druipglazuur, die in schakeringen verloopt van blauw en bruin naar zilverachtig grijs. Het is een representatief voorbeeld van het soberste segment van Guérins productie. In Châtelet en Bouffioulx bestaat al sinds de 13e eeuw een rijke pottenbakkerstraditie. De vette, regionale klei leent zich uitstekend voor de productie van hard en duurzaam steengoed met zoutglazuren, bekend als grès grand feu. Hoewel industrialisatie het artistieke aspect van deze traditie in de late 19e eeuw deed vervagen, zorgden kunstenaars als Willem Delsaux en Léon Van den Houten rond 1910 voor een heropleving. Guérin, een leerling van Delsaux, ontpopte zich in de vroege jaren 1920 tot een van de belangrijkste keramisten in de regio. In zijn atelier werd hij onder meer bijgestaan door zijn vrouw Camille Delsaux.