Dit bestek was deel van de eetkamer die tentoongesteld werd op de internationale ‘Exposition des arts décoratifs et industriels modernes’ in Parijs in 1925. Philippe Wolfers ontwierp de volledige eetkamer, genaamd ‘Gioconda’, waarmee hij verwees naar de opera ‘La Gioconda’ (letterlijk ‘De vrolijke’) van Amilcare Ponchielli. Het gesamtkunstwerk werd ondergebracht in het Belgisch paviljoen, ontworpen door Victor Horta. Het bestek bestaat volledig uit zilver, één van de specialiteiten van Wolfers Frères. Om de samenhang van de kamer te benadrukken, zijn alle objecten gebaseerd op een compositie van tienhoeken. De spitse tanden van de vorken, de vorm van de lepelbakken en het gestileerd schelpmotief op de steelaanzet aan de rugzijde van dit bestek sluiten hierbij aan. Met deze nieuwe nadruk op geometrie en strakke lijnen situeert het bestek zich stilistisch binnen de art deco, hoewel de thematische verwijzing naar de muziek van Amilcare Ponchielli en de conceptie van de eetkamer als gesamtkunstwerk, volledig door Wolfers ontworpen, nog steeds in de lijn van de art nouveau ligt. Het succes van de eetkamer, zowel bij het publiek als bij critici, zorgde ervoor dat het zilverwerk nog tot in de jaren 1950 uitgebreid werd en bestelbaar bleef.