Voor een tentoonstelling met wedstrijd in Gent ontwierp Albert Van huffel deze blokkentorens die hij zelf combinatie- en breekspelen noemde met 'bloemen, paddenstoelen, figuurtjes (mannekens en vrouwkens)'. Hij ontwierp 6 basistypes (waarvan deze type A en D zijn) met onderdelen die verbonden worden met losse spillen. De onderdelen kunnen zo onderling verwisseld worden, ook met de onderdelen van andere types. Op een van de ontwerpplannen die het museum bewaart, schreef de ontwerper dat er 23 exemplaren werden uitgevoerd. Voor de Brusselse interieurwinkel van Céline Dangotte, waar Van huffel in de periode 1918-1920 ook artistiek directeur was, stelde Van huffel voor om de stukken in een witte kleur naar de interieurzaak te sturen, zodat de werkneemsters ze daar kwalitatief kunnen beschilderen met emailleverf.