Deze beeldjes van twee oude boerinnen zijn uitgevoerd in aardewerk met loodglazuur, ook wel 'Vlaams aardewerk' genoemd. Beide boerinnen dragen een blauwe jas en een oranje kap. De ene heft een bundel takken over haar rug, terwijl de andere voor zich uit staart en op een wandelstok leunt. Dergelijke kleine beeldjes, ook wel statuettes genoemd, waren populaire interieuritems tijdens de art nouveau en het interbellum. Ze werden vervaardigd door verschillende pottenbakkerijen die werkten binnen de traditie van het Vlaamse aardewerk.