Vanaf 1904 fabriceerde J.M. van Kempen en Zonen voorwerpen met een strakke geometrische vormgeving, terwijl in de voorgaande jaren een florale, curvilineaire art nouveau de moderne productie had getekend. Typerend voor de nieuwe stijl waren de opengewerkte of geëmailleerde motieven, zoals driehoeken, vierkanten, ruiten en cirkels. Deze compotelepels hebben een verdikking in de steel en een cirkelvormig ornament met drie openingen op het uiteinde van de steel. De lepels werden gebruikt om compote, een zoete fruitmoes, op te dienen uit een compoteschaal. Ze hebben een ronde lepelbak.