Als reactie tegen het modieuze gebruik van metaalglazuren experimenteerde Carmen Dionyse vanaf 1965 met lichte, heldere glazuren. Ze creëerde onder meer paarse, groene, gele en witte glazuren, roestglazuren, korstglazuren en kristalglazuren. Deze variëteit wendde ze aan in een reeks mythologisch geïnspireerde bustes in ruw uitgewerkte klei. Deze buste van de mensvogel Garuda, een wezen uit de hindoeïstische mythologie, bestaat uit hooggebrand wit aardewerk met gekleurd korst- en kristalglazuur. Op de borstkas komen paarse, witte, bruine, beige en gele glazuren voor. Op de kap vallen de mosgroene en blauwe kleuren op. De ruwe kleirepen geven het gezicht een maskerachtig karakter.