Deze stoel met een vernieuwde beklede zitting heeft een rugleuning met twee tegengestelde, S-vormige stijlen. Zoals gebruikelijk in deze periode heeft de zitting de vorm van een trapezium dat aan de voorzijde licht buigt. Verbindingen tussen de poten worden in het begin van de 18de eeuw stilaan overbodig: de gekromde overhoeks geplaatste poten, zogenaamde cabriolepoten, zorgen ervoor dat de stoel stabiel kan blijven, ook zonder regels of verbindingen. Het blank gelaten hout en het fijne snijwerk van de stoel is kenmerkend voor de zogenaamde 'Luikse régence' of 'Luiks-Akense meubelstijl'. Vergelijkbare stoelen zijn te vinden in de collecties van het Couvenmuseum in Aken en het Musée d'Archéologie et du Folklore in Verviers.