Deze sierkruik van de Waalse pottenbakker Edgard Aubry weerspiegelt de invloed van de eeuwenoude steengoedtraditie uit Bouffioulx en Châtelet. Met zijn vorm en ingekraste decoratie, die verwijzen naar regionale keramiek uit de 17de en 18de eeuw, refereert dit stuk naar historische voorbeelden. Dit is onder meer zichtbaar in de medaillons en het fictieve wapenschild. De kruik werd in 1926 tentoongesteld op het derde Salon d'Art Décoratif in Gent, waar het samen met andere werken van Aubry en wandtapijten van Elisabeth De Saedeleer in een klein, halfopen interieur werd gepresenteerd. Tijdens de tentoonstelling werd het aangekocht door het museum.