De coupes zijn in drie delen gemaakt: een hoge, conische voet, een bolle schaal en een deksel met gestileerde knop. Ze zijn uitgevoerd in geajoureerd zilver en meerkleurig vensteremail. Wolfers leerde de techniek bij de emailvirtuoos Louis Houillon. Vensteremail, ook wel plique-à-jour genoemd, was een complexe renaissancetechniek die in het midden van de 19e eeuw werd herontdekt en rond 1900 een nieuw hoogtepunt beleefde. De coupes zijn een van de weinige overgebleven voorbeelden van deze technische en esthetische hoogstandjes uit het oeuvre van Wolfers. In de voet van de coupe is een groen loofmotief uitgewerkt, dat doorloopt in de schaal en eindigt in een ring van bleekgele judaspenning. Een van de twee gangbare titels voor de coupes verwijst naar deze bloem. Op de buik van de coupes zijn rondom drie grote zilveren judaspenningen aangebracht. Eén coupe staat op de originele, ronde sokkel in beige, bruin en paars geaderd marmer, onderaan verbredend en geprofileerd. De sokkel van de tweede coupe is verloren gegaan. Het museum vervaardigde een kopie gemaakt uit Zellaan, waarbij de bewaarde sokkel werd gebruikt als mal.