Design museum Gent vindt zijn oorsprong in een privé-initiatief van een groep industriëlen en kunstliefhebbers die zich in 1903 verenigden in de ‘Union des Arts Industriels et Décoratifs’. Het museum was opgevat als een ‘Musée des Modèles’, waar ‘goede voorbeelden’ van toegepaste kunsten werden getoond. Er waren meerdere disciplines in de collectie vertegenwoordigd, waaronder meubels – voornamelijk achttiende-eeuwse stijlmeubels –, keramiek, koper en brons, en textiel. Tegelijk werd een bibliotheek uitgebouwd.

Design Museum Gent Als Modellenmuseum

De objecten werden aanvankelijk bewaard en getoond in de Gentse stedelijke academie aan de Sint-Margrietstraat. Door aankopen op de Gentse Wereldtentoonstelling van 1913 en de verdere uitbreiding van de collectie met onder meer asiatica, textiel en Franse art deco werd in 1922 een nieuw onderkomen gezocht in het Hôtel de Coninck in de Jan Breydelstraat, een indrukwekkend achttiende-eeuws stadspaleis. Kunstenaar Armand Heins was er de eerste conservator, tot 1931. Zijn opvolger Henri Nowé richtte de vertrekken van het Hôtel de Coninck in als ‘stijlkamers’, waarin de collectiestukken vandaag nog altijd uitstekend tot hun recht komen. In 1958 werd het museum overgenomen door de Stad Gent en veranderde de naam in Museum voor Sierkunst. Tussen 1958 en 1973 was het museum gesloten voor restauratiewerken. De toenmalige conservator Adelbert Van de Walle organiseerde in de jaren 1950 mee de bekende Salons voor het Modern Sociaal Meubel, waarmee de traditie van ‘het goede voorbeeld’ werd voortgezet. Na de heropening van het museum breidde conservator Lieven Daenens de collectie aanzienlijk uit. Hij stelde een Belgische collectie art nouveau en art deco van uitzonderlijke kwaliteit samen, met objecten en interieurs van Henry van de Velde, Victor Horta, Paul Hankar, Gustave Serrurier-Bovy, Philippe Wolfers en Albert Van huffel. Daarnaast verzamelde hij intensief objecten van het Italiaans postmodernisme en legde hij het accent op hedendaags internationaal design met aankopen van sterontwerpers als Philippe Starck, Ron Arad en Shiro Kuramata. In 1987 ontving het museum twee belangrijke legaten, van interieur- en meubelontwerper Pieter De Bruyne, en van de Nederlandse verzamelaar Norbert F. Havermans die een aanzienlijke collectie glas, keramiek en zilver uit de art nouveau en art deco schonk. Er werden in de jaren 1980 eveneens belangrijke ontwerpersarchieven geschonken van Gaston Eysselinck, Albert Van huffel en Geo Henderick. In 1995 veranderde de naam van het museum in Museum voor Sierkunst en Vormgeving.

Intussen was in 1992 achterin een nieuwe museumvleugel geopend, die over drie verdiepingen ruimte bood voor bijkomende collectiepresentaties en thematische tentoonstelling, en een boeiende, unieke combinatie biedt met de mogelijkheden van het Hôtel de Coninck. Sinds 2002 is onze naam Design museum Gent. 

Hotel De Coninck Groot Ontvangstsalon Hutten Pauwels Gevel Jan Breydelstraat Design Museum Gent Gebouw 92 Binnentuin